De tovenaar van Balkenbrij |
Tekstschrijver: Margo Bosch van Drakestein ("De heksenschool") Componist: Jaar: | | |
| Bron: Notelaar 1990 pg 86
Notelaar 1998 pg 85 | | Commentaar: | Klik voor beschikbare media:
 |
|
De tovenaar van Balkenbrij geeft lessen in de toverij. Zo zie je massas toverknollen om negen uur naar school toe hollen.
Voor toveren moet je steeds reusachtig studeren, ook al word je tachtig, dus loopt het schooltje overvol met bezemsteel en pruikenbol.
Hokus, pokus, tirlantijntjes chirie wiriewa dilledomdijntes, hokus, pokus, filetanol karipoterima erikotol.
(vervolg)
`t is een verschrikkelijk gedrang.
De meeste neuzen zijn te lang,
en oorverdovend is het kabaal
van oorgeflap en heksentaal.
Van Balkenbrij roept eindelijk: 'Kom,
vlug dames, zit eens netjes krom!
Nu uitscheiden met wratten tellen
en modepraat en rupsen pellen.
Jij, Kaatje kijk niet aldoor rond,
en doe die kikker uit je mond!
Hee, Krakkemietje, zeg eens even,
bij welke les zijn wij gebleven?'
'Bij het verhaal,' zegt Krakkemietje,
'Over de heks van Hans en Grietje.'
'Juist!' zegt nu meester Balkenbrij,
'Een heel beroemde heks was zij.
Door Hans en Grietje, 't slecht gespuis,
werd zij gestopt in een fornuis.
Eens toverde die knappe vrouw
in een twee drie een heel gebouw
van pannekoek en suikergoed.
Zeg, wie van jullie die dat doet?'
Nu schreeuwt en tiert de hele klas,
van Hokus, Pokus, Pikus, Pas!
De een al harder dan de ander
roept toverspreuken door elkander,
en regent het uit alle hoeken
nu bolussen en pannekoeken,
meest aangebrand of halfgaar.
'Hou op, hou op, uitscheiden daar,'
roept Balkenbrij, wanneer een taart
zich vastgezet heeft in zijn baard.
Een laatste oliebol vliegt dan nog in de mond van d'arme man.
Gelukkig wordt de bel geluid,
'Mooi twee aan twee de schooldeur uit,'
roept Balkenbrij. 'En wie er stout is,
of wie ook negentig jaar oud is,
die schrijft mij twintig maal voor straf
de les van Hans en Grietje af!'
Daar gaat de kakelende troep
naar huis toe, voor de kikkersoep.
Een diepe zucht slaakt Balkenbrij.
''t Is gauw vakantie,' mompelt hij.
| 
|
|