Fluistert de wind langs haag en bomen, stappen wij fris op langs de baan. En ziet gij ons van verre komen, dan hoort ook gij dit liedje aan.
Het brengt de lente dichterbij, de zomer in t verschiet. Er lacht iets in van verre mei, maar moeilijk is het niet.
Het is zo fijn, reuzefijn, in de Chiro, in de Chiro. Het is zo fijn, reuzefijn, samen in de Chiro te zijn.
tralalala, tralalala, bij ons is t reuzefijn, tralalala, tralalala, ook jij hoort bij ons te zijn.
Komen we moe van t felle spelen als uitgedroogde wezens aan, toch duidt het schrapen van de kelen dat ieder wil aan t zingen gaan: het blije liedje van de zon de vriendschap en de luim want wie verloor en wie er won verdient van ons een pluim.
Zitten we knusjes in de ronde dicht en gezellig bij elkaar met vrienden die we zomaar vonden dan klinkt ons liedje wonderbaar: de enen zingt van doremi en slaat de maat van twee, de ander kent de woorden nie(t) maar zingt ons lied toch mee... | 
Dessel 2009 - op weg naar het Zilvermeer |