Rood vlamt het vuur in de winternacht,
stil zijn de moede soldaten.
't Vuur zingt een lied en de sintel lacht.
Moe zijn de stille soldaten.
Dra in het land zal het Kerstmis zijn,
Kerstmis dat zouden zij vieren,
vieren gezamen met oude wijn,
vrienden bijeen, hun gevieren.
Dra in het land zal het Kerstmis zijn
een van de vier was gevallen;
laat in den avond bij maneschijn,
had men een schot horen knallen!
Een van de vier bij het vuur in de nacht,
stond niet meer daar bij de maten,
droef bij het vuur drommt de late wacht:
moede en stille soldaten.
Rood speelt de vlam in de zwarte nacht,
Kerstmis dat zouden zij vieren.
't Vuur zingt een lied en de vlamme vlagt,
stil voor de drie soldenieren.
Hoog licht daarboven de sterrewacht:
één van de vier van de maten.
Rood vlamt het vuur in de stille nacht.
Moe zijn de bronzen soldaten. | 
legerplaats met soldaten rond kampvuur (gerardus emaus de micault, 1799) |