De dennen roepen ons |
Tekstschrijver: Jozef Joossens Componist: Marcel Cornelis Jaar: | | |
Bron: Zo Zingen Wij - pag 46
Op de tonen van ons lied - 1 (B4)
Sa meisje zing! - pag. 11 | | Commentaar: | Klik voor beschikbare media:
 |
|
De dennen roepen ons, de lente lokt ons weer; de blije Mei ruist door 't jonge bloed, de zomer nodigt ons veel sterker dan weleer en giet weer dronken vol ons rein gemoed!
Refrein: Pak dan je zak, zwaai hem om de schouder, maat, op naar 't bivak als 't uur der lente slaat. en onder ons grauwt dof de straat waarop ons voet kadansen slaat.
De gele gagel groeit zo geurig in mijn land de blonde beemd bloeit met bloem en blad Het zingend purper wenkt ons naar de heidekant verlaat nu vlug en blij die duffe stad.
De vennen blauw en diep van bloemenkrans gesierd, de felle zon zingt door het hele land. Sa rakkers, 't jonge jolig lentefeest gevierd: de jeugd en zonnegloed zijn zo verwant!
Meisjesversie:
De dennen roepen ons, de lente lokt ons weer, De blije mei ruist door 't jonge bloed, De zomer nodigt ons veel sterker dan weleer En giet weer dronken-vol ons rein gemoed.
Pak dan je zak, Sta weer blij en fier paraat. Op naar 't bivak Als 't uur der lente slaat. En onder ons grauwt dof de straat, Waarop ons voet cadansen slaat.
De gele gagel groeit zo geurig in m'n land, De blonde beemd bloeit met bloem en blad, Het zingend purper wenkt ons naar de heidekant, Verlaat nu vlug en blij die duffe stad.
De vennen blauwen diep, van bloemenkrans gesierd, De felle zon zingt door heel het land. Sa meisjes, 't jonge jolig lentefeest gevierd; De jeugd en zonnegloed zijn zo verwant.
Gij allen, meisjes, uit dezelfde grote buurt: Wij roepen vaarwel, voor korte tijd. En wijl je lachend oog ons zijne groet toestuurt Maak het bivak ons hart reeds ruim en wijd.
| 
|
|