Zonneburchtballade

Tekstschrijver:
Componist:
Jaar:
  
Bron: Sa meisje zing! - pag. 40
Commentaar: Klik voor beschikbare media:
 MP3

De Koning zond Zijn ridders uit,
om t blije nieuws te maren,
dat al wie blij en goed wou zijn,
haar Lichtje moest bewaren.

n Mooie stad werd toen gebouwd,
met duizend bloemengeuren,
daar woonden klein en groot te saam,
en niemand mocht er treuren.

De mensen werkten hard en fel,
en ieder zong tevreden,
en toen de Zonnekoning keek
was alles klaar beneden.

n Ridder die in opstand kwam,
vertelt aan wie het horen wou:
"dat s Konings goedheid leugen was"
en lachte met hun trouw.

Toen woonden al die mensen ver,
in t somber zwarte Ridderland
de Koning was toen zeer bedroefd,
de Bloemenstad werd afgebrand.

De Prins van Zonneburcht kwam toen,
met gouden Ridders op hun paard,
de mensen streden hard te saam:
want Prins had t Licht voor hen bewaard.

En allen, met n nieuwe vreugd,
zijn weer aan t werk gegaan,
en Lichtstad werd toen opgericht,
in Zonnekonings naam.

De kleine meisjes van de Zon,
zij zorgden voor de bloemen,
de lieve Burchtgravin zei toen:
"k wil Zonnemeisjes u noemen".

Wij brengen Jezus, t Lichtje dan,
van blijde zonnedagen,
we zetten t bij Uw kribje neer,
en zegen willen wU vragen.