Naar Hoogland togen knapen met ransel, fluit en staf; naar t licht dat schijnt te wenken van deeuwige bergen af.
En boven op de bergen, waar glinstren sneeuw en ijs, daar stoeien frisse knapen en plukken dEdelweis.
Naar Hoogland togen knapen met ransel, fluit en staf; zij kwamen nimmer weder, t Ravijn werd licht hun graf.
En trotser schittren bergen, gehuld in sneeuw en ijs, maar immer wenen moeders bij t zien van Edelweis. | 
1994 - viering 40 jaar chiro |