DE HERDERKENS LAGEN BIJ NACHTE

Tekstschrijver: Jos. Alb. Alberdingk Thijm (1856)
Componist: Lamb. Joh. Alberdingk Thijm (1856)
Jaar: 1937
  
Bron: Zoo Zingen Wij - eerste uitgaaf van Het Katholiek Patronaat - 1937
Commentaar: De auteurs publiceerden dit in "Oude en Nieuwere KERSTLIEDEREN benevens gezangen en liederen van andere HOOGTIJDEN EN HEILIGE DAGEN" (1856, Amsterdam) als een "zeer oud kerstlied" van een onbekende componist. Dat was een grap, maar iedereen geloofde het, al is er geen enkele publicatie daterend van voor 1856 te vinden waarin dit lied al bekend was ! Klik voor beschikbare media:
 MP3

De herderkens lagen bij nachte,
Ze lagen bij nachte in het veld;
Ze hielden vol trouwe de wachte,
Ze hadden hun schaapkens geteld.
Daar hooren zij de engelen zingen
Hun liederen vloeiend en klaar;
De herders naar Bethlehem gingen,
't Liep tegen het nieuwe jaar.

Toen zij er te Bethlehem kwamen,
Daar schoten drie stralen dooreen;
Een straal van omhoog zij vernamen,
Een straal uit het kribjen beneên.
Toen vlamde er een straal uit hun oogen,
En viel op het kindeken neer;
Zij stonden tot schreiens bewogen,
En knielden bij Jesus neer.

Maria die bloosde van weelde,
Van ootmoed en lieflijke vreugd ;
Die goede Sint Jozef, hij streelde
Het Kindje, der menschen geneugt.
De herders bevalen de weiden,
Hun schaapkens aan de engelschaar.
Wij kunnen van 't kribje niet scheiden,
Wii wachten het nieuwe jaar.

Och Kindjen, och Kindjen dat heden
In 't needrige stalleken kwaamt,
Ach, laat ons uw paden betreden,
Want gij hebt de wereld beschaamd,
Gij komt om de wereld te winnen,
Den machtigsten vijand te slaan.
De kracht uwer liefde van binnen
Kan wereld, noch hel verstaan.