Ziet gij den zwarten Leeuw niet rijzen,
Zoo fier op 't trotsche gouden veld?
Ziet gij zijn forsche reuzen klauwen,
Waarvan een slag den vijand velt?
Ziet zij zijn bloedige oogen gloeien,
Ziet gij zijn maan, zoo breed verward?
Die Leeuw is onze Leeuw van Vlaanderen,
Die rustend nog de wereld tart!
Hij sloeg zijn klauwen op het Oosten,
En 't oosterheir vlood siddrend heen;
Zijn klauw vernielde d'halve mane
Van d'ongetemden Sarrazeen,
Dan toog hij weder naar het Westen,
En schonk, hun dapperheid ten loon,
Aan d'onversaagden zijner zonen
Een konings- 'of een keizerskroon!
Hij sluimert nu, der Walen koning
Beknell' hem vrij met ijz'ren band;
Hij sture nu zijn rooversbenden
Tot op des Leeuwen Vaderland!
Maar zoo de Leeuw ontwaakt, gij roov'ren !
Wordt ge allen door zijn klauw verscheurd,
Dan wordt uw trotsche witte lelie,
Door hem met bloed en slijk besmeurd ! | Lijflied van VNV, VMO, Voorpost, ... Dergelijke liederen zijn uit de na-oorlogse editie van "Zo Zingen Wij" dan ook verwijderd. |