Avondmijmeringen |
Tekstschrijver: Boris Kozareff Componist: Boris Kozareff Jaar: 1970 | | |
| Bron: van de auteur | | Commentaar: | Klik voor beschikbare media:
 |
|
Grauwe dennentoppen pieken in het avondrood.
Wat is toch die wereld om ons heen ontzettend groot.
Weer een felle dag voorbij, je vraagt je af waarom.
't Was hier zo goed samenzijn, het is voorbij, och kom:
Morgen zien we verder,
morgen komt weerom,
een nieuwe dag, een nieuwe kans,
een nieuwe vraag waarom.
Morgen zien we verder,
morgen schijnt de zon,
morgen brengt een nieuwe dag
hetgeen vandaag niet kon.
Smeult de zomeravond nog wat na in 't kwijnend vuur,
voel je ook de stilte wegen van het late uur?
Hier met velen samenzijn, dat maakte ons zo rijk,
wekte diepe vreugd' in ons, en weemoed tegelijk.
Starend op oneindig in de diepte van de nacht.
Gloed omstraalt ons wezen met betoverende pracht.
'k Kan het niet vertellen maar dat flakkerende vuur
en dat alles om mij heen maakt mij weer overstuur.
Zoveel dagen, zoveel uren gaan aan mij voorbij.
Zoveel leuke stonden, echt, ze waren toch van mij.
Zie ik al die leuke wezens nog een keertje weer?
Diep in mij, onzekerheid, was dit de laatste keer?
Zoveel mensen, zoveel wensen zaten om ons heen,
zoveel onvergetelijks dat stilletjes verdween.
Even zoveel vragen blijven stom en ongehoord.
't Leven gaat zijn eigen weg, gezwind en ongestoord.
Morgen zien we verder,
morgen komt weerom,
een nieuwe dag, een nieuwe kans,
een nieuwe vraag waarom.
Morgen zien we verder,
morgen straalt de zon,
morgen wenkt een nieuwe dag,
een nieuwe horizon.
| 
|
|