Deze tekst verscheen in 2004 al op deze website in de verdwenen rubriek “het kiekenkot”, een soort Facebook 4 jaar voor dat in België werd gelanceerd … Hij is gebaseerd op persoonlijke ervaringen en herinneringen van een toen 9-jarige chirojongen.
Ongeveer elke zondag was de Chiro actief. De zondagse bijeenkomsten stopten even eind juni en dan gingen wij (de chirojongens dus) op bivak van 11 tot 21 juli. In 1961 was dat in het kasteeltje van een baron in Jannée en de Kerels hadden naderhand een « gevonden » gietijzeren straatnaambord met « Terre de Jannée, domaine privée » in het lokaal (de Watermolen, in Chirojargon ook het Chiroheem genoemd) aan de muur bevestigd.
Begin augustus hernamen de wekelijkse bijeenkomsten en/of werd er gewerkt aan het “heem” of probeerden we onszelf te subsidiëren met een « papierslag » (ophalen van papier ter recyclage, al was dat toen nog geen gekende term) …
Een groot stuk van de zondagvoormiddag was gereserveerd voor de zondagsmis; je kon kiezen tussen de Vroegmis, de Achturenmis en de Hoogmis, achtereenvolgens opgedragen door de pastoor, de onderpastoor en allebei samen. Die Hoogmis werd steevast opgeluisterd door plechtige gezangen en doordringende orgelklanken vanop het doksaal en ze duurde (dan ook) wat langer.
Een echte Chirojongen ging natuurlijk in uniform naar de Mis: bruin hemd, gele das, gitzwarte geribbelde broek in velours, twee paar grijze kousen (ook in de zomer) en zwarte bottines. Wie misdienaar was moest dat uniform helaas verstoppen onder een lang rood kleed, daarover een wit hemd met kanten boordjes, en daarover tenslotte een kleine rode cape.
Na de Mis en na een bezoek bij opa en oma op de Mezenstraat – waar we een glas sprankelende groene « Bip-limonade » kregen – volgde terug thuisgekomen een uitvoerig middagmaal: de zondag was telkens een feestdag.
Daarna werd het hoog tijd om het speluniform in te pakken, 6 frank (€ 0,15) zakgeld op zak te steken, de bottinnes nog eens op te blinken en naar het Chirolokaal te stappen.
Dat was toen dus in de Watermolen, tussen het kasteel en de Voer.
Om 15 minuten voor twee stond iedereen keurig in twee rijen aangetreden. Ik was bij de Burchtknapen, de Vendelleider stond vooraan en de Voorman-penoendrager op de tweede plaats. We waren net met genoeg om 2 vendels te bevolken.
” Herauten? ” riep een vendelleider. ” Hier ! ” antwoordde de hele rij achter hem, terwijl de voorman toekeek of ze wel op één rechte lijn stonden.
” Afstand nemen! ” was de volgende opdracht: je moest exact 1 armlengte achter uw voorganger staan een 1 armlengte van uw buurman verwijderd blijven.
“Voorwaarts, mars! ” riep de leider. Starten met de linkervoet en dan in het tempo dat de leider met fluitsignalen aangaf verder marcheren was de boodschap.
Met rasse schreden begaf iedereen zich alzo richting kerkgebouw om daar het lof van 2 uur mee te maken: de aanbidding van de Monstrans met het Heilig Lichaam, een ellenlange litanie ter ere van de maagd Maria ( “Mater Dei, ora pro nobis”) en een extra rozenhoedje als er die week iemand overleden was.
Maria, dat was de “burchtgravinne” en de Burchtknapen haar trouwe dienaars!
Na het lof stelde de hele groep zich op in twee rijen in het midden van de Dorpstraat, de kleinsten voorop. Terwijl we luid zongen van ” Onz’ bruine vendels marcheren ” of een ander krijgshaftig staplied, sloegen we de Boskee af (pardon, toen en tot 1977 nog officieel de Molenstraat, maar in de volksmond is het altijd Boskee – zeg “Boskei ” – geweest), richting kasteel.
Op het pleintje voor het kasteel verzamelde heel de groep keurig in vierkantsformatie voor de “Opening van de dag” , om te luisteren naar het zondagsprogramma en om de tip van de maand ( “Met de zon op zak” bijvoorbeeld, of “Niet ik, maar wij!”) te zien uitbeelden door telkens weer een andere afdeling. De vlag werd gehesen tot in de top van de mast.
Jongknapen waren er niet, iedereen van 7 tot en met 11 jaar was bij de Burchtknapen. Ook de Knapen, de Kerels en de Aspiranten kwamen elk om beurt met “iets” tevoorschijn: een spelletje, een korte sketch, een liedje…
Dat laatste iets minder vaak, want na de openingsformatie was er immers eerst een gezamenlijke “zangstonde”: bij goed weer onder “den dikken boom “, bij slecht weer in het grootste lokaal. De stapliederen werden nog eens ingeoefend en andere, luimige liederen ( “Door de kamer vloog een vlieg” of “En den boom stond op den berg, ali alo”) uit volle borst meegezongen.
Daarna trok iedere afdeling zich terug om het bruine uniform te ruilen voor een speluniform: een groen polohemdje, een zwart katoenen broekje en witte turnpantoffels – allemaal te koop bij De Banier in Leuven, Tiensevest 128.
De Burchtknapen en de Knapen begonnen zoals gewoonlijk met het lopen van “de grote toer”: op het formatieplein vertrekken, naar de «Doktoorstraat» richting “de zavelenberg”, daar de Van Buekenhoudstraat af, langs het «Senteswegske» richting Voerwegje, dan naar de “wei van de Wip” en zo door de Dreef richting chirolokaal. Op 1 of 2 Burchtknapen na slaagde niemand er in om die toer in 1 ruk uit te lopen, en zoals gewoonlijk kwam “Raf van de smed” met een straatlengte voorsprong als eerste aan.
Tijd voor wat rustige pleinspelen nu, daarna iets wildere estafettespelen, de 2 vendels tegen mekaar.
Bij slecht weer zorgden de leiders (Marcel Merchiers – “de celle” -, Wolfgang Desmedt – “de wolf” – en anderen) voor de nodige zotte kuren. “Bontering” noemden ze dat: goocheltrukken die meestal niet lukten, poppenkast, … Ook “Mens erger je niet ” en “PimPamPet ” waren grote publiekstrekkers. De groteren deden onder leiding van “de Fi”, “de Nante”, “de Mille” … stoerdere activiteiten. De Kerels en Aspiranten beschikten bijvoorbeeld over een echte discus, een kogel en een speer! Te gevaarlijk voor de jonge Burchtknapen.

Om 4 uur konden de vermoeide rakkers eindelijk hun 6 frank bovenhalen: 5 frank voor een echt flesje Coca Cola en 1 frank voor een « koetjesreep », een reep chocolade dus. Tijd om opnieuw het bruine uniform aan te trekken, want even voor 6 uur begon de slotformatie : een plechtig moment om afscheid te nemen van een prettige Chirodag en het ogenblik om de nodige afspraken te maken voor de volgende keer.
“Binnen twee weken iedereen op post voor de papierslag” zei leider Marcel, “we voorzien een drietal tractoren met aanhangwagen. Al het papier moet verzameld worden in het lokaal, keurig in stapeltjes van maximaal 50 cm hoog gebonden, anders krijgen we er minder dan 1 frank per kilo voor. En dat geld hebben we dringend nodig om een gedeelte van ons volgend bivak in Maredsous te bekostigen. ”
“En volgende week: niet vergeten, wij stappen mee op in de processie met de Burchtgravinne en met alle vlaggen hoog geheven. De Mariaprocessie trekt langs de kapelletjes in de Blankaart over den Asseweg (1) langs de Broekstraat naar OLV in de Mezenstraat aan de Melkerij . ”
Te voet of per fiets gingen alle jongens daarna terug naar huis. Hoewel… alle?
Enkele Aspiranten of leiders gingen waarschijnlijk nog eens langs de splinternieuwe Parochiezaal, waar de pas opgerichte Chiromeisjes hun lokaal hadden, naast de BJB (of was dat al KLJ?).
Onderweg kwamen we één, hooguit twee auto’s tegen. Een autostrade was er nog lang niet en sluipverkeer dus ook niet …
Johan Morris, een « Burchtknaap » van toen.
(1) den Asseweg heet sinds WOII Theo Wautersstraat en is nu voorzien van asfalt in plaats van “asse ” uit de kolenkachels…






