VAN IESUS EN SINT IANNEKEN |
Tekstschrijver: onbekend Componist: onbekend Jaar: 1937 | | |
| Bron: Zoo Zingen Wij - eerste uitgaaf van Het Katholiek Patronaat - 1937 | | Commentaar: | Klik voor beschikbare media:
 |
|
Lestmael op eenen somerschen dagh,
maer hoort wat ick bevallijcks sagh,
van Iesus en sint Ianneken,
die speelden met een lammeken
al in het groen gheklavert landt,
met een papschoteltje in hun handt.
Die witte, vette voetjens die waren bloodt,
hun lippekens als corael soo root;
de soete vette praterkens
die saten bij de waterkens,
het sonneken dat scheen daer soo heet,
sy deden malckanderen met melcksken bescheet.
D'een troetelde dat lammeken sijn hoot,
en d'ander kittelde het onder synen poot;
het lammeken gingh springen,
en Ianneken gingh singhen,
en huppelde, en trippelde deur de wey,
en dese crollebollekens die dansten alle bey.
En als het dansen was ghedaen,
soo moest het lammeken eten gaen ;
en Iesus gaf wat broeyken,
en Iohannes gaf wat hoeyken ,
ter wereldt wasser noyt meerder vreught,
als dese twee cousijntjes waren verheught.
Ioannes sijn cleyne neefken nam,
en sette hem boven op dat lam:
"schoon manneken ghy moet reyen,
ick sal u t'huys gaen leyen :
want moyërken die sal zijn in pijn,
waer dat wy soo langh gebleven zijn." | |
|